De VOG in de Wtza: geen rem op zorgfraude

In de kamerbrief “Extra middelen voor de aanpak van zorgfraude” staat beschreven dat er wordt gewerkt aan een verbreding en verdieping van de vergunningplicht. De mogelijke verbreding heeft betrekking op onderaannemers en voor ondernemingen actief in de wmo 2015 en/of jeugdwet. Deze verbreding lijkt me een waardevolle toevoeging.

De verdieping gaat over aanvullende voorwaarden aan de vergunningverlening, waaronder een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG)-plicht voor bestuurders. Het is echter de vraag of deze verdieping daadwerkelijk een toegevoegde waarde heeft. Ik denk van niet.

Wat is een VOG en hoe wordt een aanvraag beoordeeld?

De VOG is een vorm van antecedentenscreening met als doelstelling criminaliteitspreventie. De VOG waar in de kamerbrief over gesproken wordt heeft betrekking op natuurlijke personen en rechtspersonen.

Een VOG-aanvraag wordt beoordeeld aan de hand van een objectief en een subjectief criterium. Bij het objectieve criterium wordt geautomatiseerd nagegaan of de aanvrager in de voorgaande 4 jaren een strafrechtelijke registratie heeft, zoals een veroordeling, sepot, boete of taakstraf. Ontbreekt een dergelijke registratie, dan wordt de VOG direct afgegeven.

Indien wel sprake is van een registratie, wordt beoordeeld of deze een risico vormt voor de samenleving of een belemmering kan zijn voor de functie. Vervolgens vindt een subjectieve toets plaats, waarbij één medewerker afweegt of het belang van de aanvrager zwaarder weegt dan dat van de samenleving. Complexe gevallen worden besproken in een casusoverleg. Op basis van deze subjectieve beoordeling kan het dus zo zijn dat iemand met een strafblad alsnog een VOG ontvangt.

Onderzoek Auditdienst Rijk

Uit recente berichtgeving blijkt dat er VOG’s zijn verstrekt die beter niet waren afgegeven. Zo ontving in 2023 een man met veroordelingen wegens geweld en vuurwapenbezit een VOG om in de zorg te werken en in 2024 kreeg een vrouw met een veroordeling voor terrorisme een VOG voor vrijwilligerswerk bij Vluchtelingenwerk.

Dit was geen uitzondering: uit de kamerbrief van de toenmalige Minister voor Rechtsbescherming Weerwind, kwam naar voren dat sinds 2020 dertien voor terrorisme veroordeelde personen een VOG kregen. Opmerkelijk was dat dit wel volgens de geldende procedures zou zijn gebeurd en de VOG’s dus rechtmatig waren afgegeven.

Naar aanleiding van de kwestie met de voor terrorisme veroordeelde vrouw heeft de Auditdienst Rijk het VOG-proces onderzocht. Dit onderzoek toonde aanzienlijke procesmatige en inhoudelijke kwetsbaarheden aan. Zo bleken documenten met regels en instructies verouderd en/of onduidelijk en bovendien niet altijd bekend bij het personeel. Bij complexe aanvragen ontbrak een vaste en betrouwbare beoordelingsmethodiek. Ook was niet altijd helder wanneer dossiers in een casusoverleg besproken moesten worden. Verder leverde het Openbaar Ministerie soms te laat of onvolledige informatie aan. Tot slot staat in het rapport dat er door tekort aan personeel en de krappe arbeidsmarkt een risico bestaat dat niet meer kan worden voldaan aan de beoogde kwaliteit.

VOG in de huidige vorm weinig toegevoegde waarde bij de vergunningsplicht van de Wtza

De VOG in de huidige vorm heeft nauwelijks toegevoegde waarde bij de vergunningsplicht van de Wtza en het doel wat zij beoogd: preventie. Zo wordt de eerste beoordeling van een VOG-aanvraag gedaan op basis van het al dan niet aanwezig zijn van een strafrechtelijke registratie. Dit is een beperking vanwege het gegeven dat zorgfraude relatief weinig strafrechtelijk wordt vervolgd.

Verder is van belang dat bestuursrechtelijke registraties niet worden meegewogen in een VOG-beoordeling. In preventief opzicht is dit een stevige beperking, aangezien de NZa, zorgkantoren, gemeenten en de IGJ vanuit het bestuursrecht optreden. Deze instanties onderzoeken en handhaven onder meer fraude met persoonsgebonden budgetten, de zorgsoort waarin het meest wordt gefraudeerd.

In het geval dat een VOG-aanvrager wel een strafrechtelijke registratie heeft, is het toetsingskader onduidelijk of onbekend, waardoor bijvoorbeeld een man met antecedenten voor vuurwapenbezit en geweldpleging op een rechtmatige wijze een VOG kon krijgen. Het knelpunt zit in de toename van zware criminaliteit in de zorgsector. Indien strafrechtelijke antecedenten als vuurwapenbezit en geweldpleging geen belemmering zijn voor het verkrijgen van een VOG voor het werken in de zorgsector, dan is de preventieve werking van een VOG onvoldoende. En, ook niet onbelangrijk, zullen de kosten niet opwegen tegen de baten.